Terreinreglement

Terreinreglement van de WLC
 
De dienstdoende baancommissaris dient :
  1. Zondags van 14:00 tot 17:00 uur aanwezig te zijn. De dienst gaat in indien er meer dan een toestel in de lucht is.
     
  2. Voor aanvang van de vliegaktiviteiten dienen de volgende locaties aangegeven te worden :
    • plaats van de piloten
    • plaats van lier, omkeerrol, elastiek e.d.
       
  3. Frequentie bord en windzak dienen geplaatst te zijn.
     
  4. Eventuele gastvliegers voor aanvang van vliegaktiviteiten moeten op de hoogte zijn van de terreinregels.
     
  5. Te zorgen dat niet geluidsgekeurdemotormodellen gekeurd worden indien de weersomstandig-heden dit toelaten.
    Indien dit niet mogelijk is, is de eigenaar van het model verplicht dit tijdens de eerstvolgende gelegenheid uit te laten voeren.
    De baancommisaris is bevoegd het niet gekeurde model te laten vliegen, mits, naar zijn oordeel, de geluidsproductie acceptabel is.
     
  6. Onbevoegde personen van het terrein verwijderen, cq voorkomen dat deze zich op het terrein begeven.
    Dit kan gebeuren m.b.v. leden of door de aangewezen zweefhelper.
     
  7. De dienst mag alleen overgegeven worden aan een andere baancommisaris of een gebrevetteerd seniorlid. Aangewezen zweefhelpers moeten leden zijn.
     
  8. Toezien op de handhaving van circuits. (buren en openbare weg mijden)
     
  9. Er op toezien dat er niet meer dan 4 modellen met verbrandingsmotor in de lucht zijn.
     
  10. Zweefstarten met elastiek of motorlier tijdens andere vliegactiviteiten regelen m.b.v. de aangewezen zweefhelper.
     
  11. Na landingen, waarbij modellen op het veld blijven staan, er op toezien, dat deze veilig kunnen worden opgehaald. Dit is tevens van toepassing voor de lierlijnen.
     
  12. Er op toezien dat alle modellen met verbrandingsmotor voor aanvang van elke vlucht geregistreerd worden met de daarvoor aanwezige apparatuur.Na de landing van elke vlucht dient het model weer te worden geregistreerd.
    De piloot is er zelf verantwoordelijk voor dat deze handelingen uitgevoerd worden.
     
  13. Starts en landingen dienen duidelijk bij de baancommisaris bekend te worden gemaakt. De baancommisaris maakt een start of landing bekend bij andere modelvliegers. Dit zelfdedoet de zweefhelper bij de zweefvliegers en visa versa.
    Eenpiloot dient toestemming te vragen om zijn positie tijdens een landing te wijzigen.
     
  14. De zweefhelper maakt starts en landingen van de zweefvliegers bekend.
     
  15. De zweefvliegers dienen zich in overleg met de baancommisaris op te stellen, maar altijd aande grenzen van het W.L.C. terrein.
     
  16. De baancommisaris ziet er op toe dat modellen bij een buitenlanding door maximaal tweepersonen worden opgehaald.
     
  17. De baancommisaris en de zweefhelper zorgen er voor dat elke piloot tijdens het vliegen op de aangegeven pilotenplaats staat.
     
  18. Er op toezien dat de piloten in het bezit zijn van een vliegbrevet voor de betreffende categorie waarin op dat moment wordt gevlogen.Op verzoek dient het brevet getoond te worden.Piloten die niet in het bezit zijn van een brevet voor de categorie waarin gevlogen wordt mogen alleen vliegen onder toezicht van een door het bestuur aangewezen instructeur.Het is te allen tijde verboden om te vliegen zonder toezicht van een tweede persoon.Deze persoon dient uit veiligheidsoverweging aanwezig te zijn.
     
  19. Uitgegeven transponders, na een geluidsmeting zijn slechts geldig voor het gemeten model in combinatie met de motor, proppeller en uitlaat.Elke wijziging in deze combinatie betekent dat er een nieuwe meting uitgevoerd dient teworden.
     
  20. Indien einde vliegdienst en vliegactiviteiten samenvallen, dient de baancommisaris de windzak en het frequentiebord op te ruimen. Het startelastiek cq motorlier dient door de zweefhelper te worden opgeruimd.
     
  21. Na afloop van de vliegdienst dient de baancommisaris het logboek in te vullen.
    Dit dient te gebeuren met de vermelding van:
    • weersomstandigheden
    • bijzonderheden (zie logboek formulier)
       
  22. De baancommisaris is bevoegd bij grove overtredingen een vliegverbod op te leggen of eerst een waarschuwing te geven. Deze waarschuwing dient in het logboek te worden vastgelegd. Bij meerderewaarschuwingen volgt overleg met het bestuur.
     
  23. Bij alle situaties waarin dit reglement niet voorziet is het Basis Veiligheids Reglement van toepassing.
     
  24. Bij conflict situaties betreffende identieke regelgeving tussen W.L.C. en BVR, zal het BVR gehanteerd worden.

Leuk dat je hier bent!

Onze vereniging houdt zich bezig met het bouwen en vliegen van modelvliegtuigen.

Hebben we je interesse gewekt?
Kom dan eens langs op vrijdagavond of zondagmiddag!

© 2016 Winterswijkseluchtvaartclub. All Rights Reserved. Designed By WLC Media Team
DMC Firewall is a Joomla Security extension!